Hier mocht ik gewoon binnenkomen

Het verhaal van Lo-Anne over ontmoetingscentrum Bij Betje

Lo-Anne werkte altijd hard en was voortdurend bezig met werk en gezin. Tot ze ziek werd en thuis kwam te zitten.

“Ik was altijd aan het rennen,” vertelt ze. “Werken, zorgen, doorgaan. Opeens viel dat allemaal stil.” Ze kwam in een moeilijke periode terecht, met zorgen over haar gezondheid en financiën. “Ik was eigenlijk aan het overleven.”

Lo-Anne woont in Moerwijk en is moeder van een tweeling van acht jaar. Haar twee zoontjes zitten op Basisschool De Grote Beer, ieder in een andere klas. “Dat doen ze bewust,” vertelt ze. “Zodat de broers hun eigen vriendjes maken.” Via basisschool De Grote Beer hoorde Lo-Anne over ontmoetingscentrum Bij Betje.

De eerste stap naar hulp

Via Barbara, de brugfunctionaris van de basisschool, kwam Lo-Anne bij ontmoetingscentrum Bij Betje terecht. Daar kon ze terecht met praktische vragen. Zo kreeg ze hulp via de Helpdesk Geldzaken en ontving ze een ontbijttas voor thuis. Dat was heel welkom op dat moment.

Maar wat haar vooral opviel, was de manier waarop ze werd ontvangen. “Overal waar ik kwam, was het heel zakelijk,” zegt ze. “Hier niet. Hier was het gewoon: kom binnen. Je hoeft nu niks te vertellen. Als je wilt praten, kan dat. Als je daar nog niet klaar voor bent, is dat ook goed.” Die open sfeer gaf haar rust.

Stap voor stap verder

Bij Betje kreeg Lo-Anne hulp bij dingen waar ze zelf weinig ervaring mee had. Medewerkers en vrijwilligers dachten met haar mee en wezen haar op regelingen en plekken waar ze terecht kon.

“Er waren heel veel dingen waar ik helemaal niks van wist. Ze zeiden: dit kun je aanvragen, daar kun je terecht.” Zo kreeg ze weer overzicht en ondersteuning op het moment dat dat nodig was.

Een plek waar ze nog steeds komt

Inmiddels gaat het beter met Lo-Anne. De hulp die ze toen nodig had, zoals de ontbijttas, heeft ze nu niet meer nodig. Toch komt ze nog regelmatig bij Bij Betje. Soms voor een activiteit, zoals een training over opvoeding. Soms gewoon om even binnen te lopen. “Hier voelde het gewoon open,” zegt ze. “Zonder druk. Dat maakte op dat moment het verschil.” 

Wat als Bij Betje er niet zou zijn

Als Lo-Anne nadenkt over wat er zou gebeuren als Bij Betje er niet zou zijn, hoeft ze niet lang na te denken. “Ik denk dat er veel mensen eenzaam zouden zijn,” zegt ze. “De school verliest een steunpunt.”

Volgens haar komen mensen niet alleen voor hulp, maar ook voor de gezelligheid en om elkaar te ontmoeten. “Mensen komen hier om bij elkaar te zijn. Voor activiteiten voor de kinderen.”

Zelf komt ze nog elke week even langs. Soms met haar kinderen, soms alleen. Niet meer voor hulp via de Helpdesk Geldzaken of voor de ontbijttas, maar gewoon voor de plek zelf. Als ze terugkijkt op die periode, weet ze één ding zeker: 


 

‘Toen ik in nood was, heb ik hier heel veel gekregen.’