Professional Omar van Ommeren over ontmoetingscentrum De Spruijt…
Voor Omar van Ommeren is De Spruijt geen bijzaak in zijn werk. Het is het startpunt. Als zorgprofessional en psychotherapeut werkt hij in de wijk met bewoners die vastlopen. De Spruijt is voor hem de plek waar contact ontstaat, waar vertrouwen groeit en waar problemen vaak al worden opgelost voordat ze groter worden. “Dit is het kloppend hart van de wijk. Hier gebeurt alles.”
“Ik ben hier echt terechtgekomen omdat dit voor mij, in dit gedeelte van de wijk, wel het middelpunt is van het kloppend hart, zeg maar. Waar veel gebeurt.”
Werken waar het leven plaatsvindt
Omar werkt nu ruim drie jaar in Moerwijk. Hij werkt er als onderdeel van ‘de Verbinders’: een team van professionals dat opereert tussen het informele netwerk – de bewoners – en het formele netwerk, de zorgprofessionals in de wijk. In plaats van alleen vanuit een spreekkamer, kiest hij er bewust voor om zichtbaar te zijn in De Spruijt. Hij helpt mee bij activiteiten, drinkt koffie met bewoners en maakt een praatje. “Hier zie je mensen zoals ze echt zijn. Niet als cliënt, maar als mens.”
De Spruijt was één van de eerste plekken waar hij terechtkwam. “Hier heb ik veel buurtbewoners ontmoet. In het begin ook geholpen met het uitdelen van de ontbijtjes voor de kinderen van de scholen. En zodoende krijg je een band met de wijk.” Juist die informele ontmoetingen maken het verschil. Mensen stellen eerder een vraag, delen sneller een zorg of vragen hulp bij iets praktisch. Dat kan gaan om geldproblemen, een formulier of spanningen thuis. Maar vaak begint het gewoon met een gesprek. Als mensen zich gezien voelen, komt de rest vanzelf.”
En De Spruijt voelt voor veel bewoners bijna als een vaste ontmoetingsplek. “Je ziet in andere wijken dat mensen bijvoorbeeld naar een stamkroeg toe gaan. Dat is hier de buurtkamer.”
Ogen en oren van de wijk
De coördinatoren van De Spruijt spelen een sleutelrol. Zij kennen de buurt, de families en de verhalen achter de voordeur. “Zij zien dingen die ik niet zie. Ze voelen aan wat iemand nodig heeft en hoe je iemand het beste kunt benaderen.” “Wendy en Tuna hebben hun oren en ogen hier. Dus die weten precies wat er gebeurt.” En ze sturen hem ook letterlijk op pad: “Ga maar even met die mevrouw zitten. Of misschien is het goed dat jij eventjes bij oma langsgaat.”
Samen bepalen ze wat nodig is. Soms is dat een gesprek ter plekke. Soms juist begeleiding naar zorg of ondersteuning. Door die samenwerking ontstaat een brug tussen bewoners en professionele hulp.
Omar noemt het zelfs “een soort tweetrapsraketten”: “Zij vertalen ook heel veel voor ons. Met vertalen bedoel ik echt van gedrag en emotie.”
Kleine hulp voorkomt grote problemen
Wat Omar vooral ziet, is dat problemen in De Spruijt vaak klein blijven. Omdat mensen vroeg komen. Omdat buren elkaar helpen. Of omdat iemand op tijd wordt doorverwezen. “Hier wordt in oplossingen gedacht. Wat kan wél? Wie kan helpen?” Zo kwam iemand binnen met de vraag: “Ik heb roest op m’n radiator in de badkamer.” En dan gebeurt het meteen: “De coördinator zei: ik ken wel iemand die kan schilderen. Ik ga die eventjes bellen.” Bewoners worden gekoppeld, het wordt geregeld.”
Ook als mensen schaamte voelen, wordt er zorgvuldig gehandeld. Soms niet in de buurtkamer, maar via een belafspraak of een andere route: De plek zorgt ook voor rust in de wijk. Als spanningen oplopen, wordt er snel ingegrepen. Persoonlijk, rustig en zonder dat het escaleert. Omar ziet hoe Wendy en Tunna dat doen: “Dan zie je ze naar buiten lopen: ‘Jongens, dit gaan we niet doen. Kappen nu. Dat wil ik niet bij mij voor de deur.“ Je ziet de sfeer letterlijk zakken. Daarna kan iedereen weer verder.” Hij legt ook uit waarom zij dat kunnen: “Zij hebben de credits opgebouwd hier in de wijk.”
‘Juist die informele ontmoetingen maken het verschil. Mensen stellen eerder een vraag, delen sneller een zorg of vragen hulp bij iets praktisch.’
Een plek die levens verandert
Volgens Omar ontstaan in De Spruijt veranderingen die je niet in cijfers ziet, maar wel in mensen. Hij vertelt over een man met een zware verslaving. Hij zat vaak in crisis en kwam regelmatig in het ziekenhuis terecht. Toen hij in zijn hulpverleningstraject kwam vroeg hij hulp bij De Spruijt om weg te blijven van negatieve invloeden, zoals dealers die voor zijn deur hingen. Doordat hij minder thuis zat gingen de dealers ook weg, en ook oude vrienden kwamen niet meer. Geen van hen kwam binnen bij De Spruijt.
Via De Spruijt en Gewoon Sociaal begon hij met vrijwilligerswerk. Zijn leven werd stabieler. “Hij gebruikt nog wel, maar het blijft onder controle. En het effect is groot: Geen crisisopnames meer. De crisisdienst hoeft niet meer langs te komen. En hij is trots op wat hij heeft bereikt. Hij probeert anderen ook te motiveren om hetzelfde te maken.”
Ook zag Omar een alleenstaande moeder die vastliep in contact met haar ex. In het begin hield ze het luchtig. “In eerste instantie was het heel veel grapjes eromheen maken: ik ben heel sterk, ik kan het allemaal wel.” Maar later kwamen de echte vragen: “Hoe kan ik dit het beste aanpakken? Ook voor mezelf. Ik heb ook nog een kleintje waar ik me zorgen om maak. Wat krijgt zij ervan te zien? Wat leert zij ervan?” Omar ziet wat daarvoor nodig is: “Dat is langzaam op gang gekomen. Dat vergt heel veel vertrouwen.”
Wat er gebeurt als de plek er niet is
Toen De Spruijt een periode gesloten was, werd het belang meteen duidelijk. Bewoners bleven vragen wanneer de deuren weer open gingen. Sommigen raakten onrustig. Problemen kwamen later of helemaal niet meer in beeld. “Het gemis was direct voelbaar. Ook voor ons als professionals.”
Omar herinnert zich dat mensen letterlijk bleven komen. “Je merkte gewoon dat dagelijks nog steeds mensen voor de deur stonden: gaan ze nou weer open?” Sommigen waren boos: “Dat kan echt niet. Er moet echt iets gebeuren.” Voor hem was het ook persoonlijk zwaar. Op de vraag naar de impact zegt hij: “Ellende.” Niet alleen voor de wijk, maar ook voor de coördinatoren. “Je zag gewoon hoe het ze raakte.” En hij zag wat het losmaakte in de wijk: “Er is zoveel onrust ineens.” Mensen raakten ontregeld, wilden petities starten, werden boos. Juist dan zag hij de kracht van Wendy en Tuna: “Ik begrijp jullie boosheid heel goed… terwijl zij er middenin zitten. Maar doe het nou niet.” Omar is daar zichtbaar van onder de indruk: “Dat je dat allemaal zo kan reguleren… terwijl je met je eigen pijn zit.”
Superhelden van de wijk
Voor Omar is De Spruijt veel meer dan een gebouw. Het is een plek waar mensen welkom zijn en waar het dagelijks leven samenkomt. En waar bewoners merken: ik hoor erbij.
Hij noemt Wendy en Tuna de superhelden van de wijk. “Ik denk ook wel dat zij zorgen dat de wijk op een bepaalde manier ook kan blijven draaien.” En het zit volgens hem juist in de kleine dingen: “Het koken hier, pannenkoeken bakken. Of een extra boodschap voor iemand die het nodig heeft: “Ik heb nog een pot pindakaas over.” En misschien is dat wel de belangrijkste regel van De Spruijt: “Je mag hier ook fouten maken. Mensen krijgen altijd een tweede kans.”
‘Zonder De Spruijt zou de wijk er anders uitzien, onrustiger en een stuk eenzamer.’